De vergunning en ontheffing kunnen worden ingetrokken of gewijzigd
als:
ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
verstrekt;
op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten
opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning,
intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de
belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is
vereist;
de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften,
voorwaarden en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt
binnen een redelijke termijn, als de vergunning of ontheffing
hierover niets regelt;
de houder dit verzoekt.
Hoofdstuk 1
Artikel 1:5