**1..** Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag
gevaarlijk of hinderlijk vindt, kan het de eigenaar of houder
van die hond een aanlijngebod dan wel een aanlijn- en/of
muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op
een openbare plaats of op het terrein van een ander.
**2..** Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.
**3..** Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:
vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of
van beide stoffen;
door middel van een stevige leren riem zo rond de hals
is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de
mens niet mogelijk is; en
zo is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van
de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
aanwezig zijn.
**4..** Onverminderd artikel
2:33, eerste lid,
aanhef onder d, dient een hond als
bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de
bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
identificatienummer door middel van een microchip die met een
chipreader afleesbaar is.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 9
Artikel 2:35