**1..** Het is verboden zonder vergunning of in afwijking van een
vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te
breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van
de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
brengen in de wijze van aanleg van een weg.
**2..** De vergunning wordt verleend:
als een omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als
de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
beheersverordening, exploitatieplan of
voorbereidingsbesluit;
door het college in de overige gevallen.
**3..** Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin
wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
Rijkswaterstaatswerken, de Waterwet, Omgevingsverordening
Limburg, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop
gebaseerde Telecommunicatieverordening.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 3
Artikel 2:4