**1..** Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
milieubeheer, in de openlucht en buiten de weg gelegen in het
belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming
of opheffing van overlast dan wel het voorkomen van schade aan
de openbare gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te
slaan, te plaatsen dan wel aanwezig te hebben:
op een door het college aangewezen plaats:
onbruikbare of aan hun oorspronkelijke
bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of
onderdelen daarvan;
bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
daarvan;
kampeermiddelen als bedoeld in
artikel
4:16 of onderdelen daarvan,
als het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
geschiedt voor verkoop of verhuur dan wel
anderszins voor een commercieel doel;
mestopslag, gierkelder of andere
verzamelplaatsen van vuil, een verzameling
ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
landbouwproducten, afbraakmaterialen, en oude
metalen.
landbouwplastic op te slaan, te plaatsen dan wel
aanwezig te hebben op alle percelen met een agrarische
bestemming, zowel binnen als buiten de bebouwde
kom.
**2..** Het college kan bij de aanwijzing zoals bedoeld in het eerste
lid, onderdeel a nadere regels stellen.
**3..** Het college stelt in nadere regels vast in welke gevallen het
verbod in het eerste lid, onderdeel b niet van toepassing is
(zie
bijlage,
‘Nadere
regels
landbouwplastic’).
**4..** Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
voorzien krachtens de Wet op de Ruimtelijke Ordening of de
Omgevingsverordening Limburg.
Hoofdstuk 4. › Afdeling 4.
Artikel 4:13