**1..** Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
motorvoertuig een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een
wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen
houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig
of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te
hebben.
**2..** Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
van deze terreinen in het belang van:
het voorkomen of beperken van overlast;
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving
en ter bescherming van andere milieuwaarden;
de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid
bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.
**3..** Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit
geluidproductie sportmotoren.
Hoofdstuk 5. › Afdeling 6
Artikel 5:20