Naar hoofdinhoud
Bron: PGS 15, versie december 2011 1.. Gasflessen, die niet in gebruik zijn en waarvan de gezamenlijke waterinhoud meer bedraagt dan 125 liter, moeten op het evenemententerrein centraal opgeslagen worden. 2.. De totale waterinhoud van de centrale opslagvoorziening mag niet meer dan 2500 liter bedragen. 3.. De centrale opslag moet op het niet voor publiek toegankelijke gedeelte van het evenemententerrein gelegen zijn. 4.. In de opslagvoorziening mogen geen andere goederen aanwezig zijn dan de gasflessen. 5.. De centrale opslagvoorziening moet op een minimale afstand van 5 meter, gemeten vanaf de rand van de opslagvoorziening, van elk (tijdelijk) bouwwerk of brandbaar object gelegen zijn. 6.. Binnen een afstand van 5 meter van de rand van de opslagvoorziening mag geen kelderopening, putten en draaikolken die in open verbinding staan met de riolering en aanzuigopeningen van ventilatiesystemen zijn gelegen. 7.. De centrale opslagvoorziening moet goed bereikbaar zijn voor een brandweervoertuig. 8.. De gasflessen moeten door vastzetten of anderszins tegen omvallen zijn beschermd. 9.. De vloer van de centrale opslag mag niet lager zijn gelegen dan het omringende maaiveld. 10.. Natuurlijke ventilatie moet zijn gewaarborgd. 11.. De centrale opslag moet voorzien zijn van een opschrift “ROKEN EN OPEN VUUR VERBODEN”. 12.. Indien de gasflessen in de zon staan dient er een dak boven de opslag voorzien te worden. Een eventueel dak moet van onbrandbaar materiaal zijn vervaardigd en zodanig zijn uitgevoerd dat eventueel vrijgekomen gassen zich daaronder niet kunnen ophopen. 13.. Binnen 200 meter vanaf de rand van de centrale opslagvoorziening dient een waterwinplaats, ten behoeve van de brandweer, bereikbaar en beschikbaar te zijn.

Rechtspraak bij dit artikel