Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Herinrichting particuliere graven

Onderdeel van Regels voor de graven, asbezorging en gedenkplaatsen 2017

1.. Bij herinrichting van particuliere graven gelden de volgende regels: De verstreken grafrusttermijn sinds de laatste begraving dient minimaal 20 jaar te zijn. Het verzoek tot herinrichting kan uitsluitend door of namens de rechthebbende worden gedaan. De rechthebbende dient het verzoek te ondersteunen met zwaarwegende argumenten, ter beoordeling van het college. Het werk wordt uitgevoerd door een gespecialiseerde aannemer. Alle aan de herinrichting verbonden kosten worden bij de rechthebbende in rekening gebracht, ook als tijdens het werk blijkt dat de herinrichting niet uitvoerbaar is. Het verzoek voor de herinrichting van een graf moet worden gedaan uiterlijk op de werkdag volgend op de dag van overlijden van de persoon, van wie de stoffelijke resten in het graf zullen worden bijgezet. Herinrichting is alleen mogelijk van de bovenste graflaag; overblijfselen worden herbegraven in de tweede graflaag. De bij te plaatsen overledene mag alleen zijn: een ouder, een kind, de getrouwde partner, de geregistreerde partner of de partner waarmee werd samengewoond op hetzelfde adres. Herinrichting van een graf mag ten hoogste 1 maal plaatsvinden, met een maximum van drie stoffelijk overschotten per graf (in Schoonhoven: bij een graf van 3 lagen, vier stoffelijk overschotten per graf). Op de begraafplaats Berkenwoude vindt geen herinrichting van graven plaats. 2.. De beheerder beoordeelt of de herinrichting technisch mogelijk is. 3.. Indien tijdens de werkzaamheden blijkt dat herinrichting niet uitvoerbaar is, worden de werkzaamheden gestaakt en kan in het betreffende graf geen bijzetting plaatsvinden. 4.. Met de herinrichtingswerkzaamheden wordt ten minste twee werkdagen voorafgaand aan de gewenste bijzetting gestart.

Rechtspraak bij dit artikel