Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Doel, middelen en grondslag

Onderdeel van Verordening openbaar rechtspersoon Reflexis Openbaar Onderwijs

1.. Het doel van de openbare rechtspersoon is het in stand houden van openbare scholen voor primair onderwijs als bedoeld in artikel 46 van de WPO. Om haar doel te bereiken kan de openbare rechtspersoon gebruik maken van alle middelen die daaraan dienstbaar zijn. De openbare rechtspersoon beoogt niet het maken van winst. 2.. Het openbaar onderwijs dat wordt verzorgd door de door de openbare rechtspersoon in stand gehouden openbare scholen draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de kernwaarden van het openbaar onderwijs, zijnde: ieder kind is welkom, iedereen is benoembaar, aandacht voor normen en waarden die leven in de Nederlandse samenleving, met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid hiervan, democratische waarden en normen binnen de samenleving met aandacht voor burgerschap, aandacht voor levensbeschouwelijke en godsdienstige waarden en respectvolle omgang ten aanzien van de verscheidenheid binnen de samenleving. 3.. De openbare rechtspersoon tracht haar doel te bereiken langs wettige weg en wel door: Het stichten en beheren van openbare scholen; Het samenwerken met openbare rechtspersonen, verenigingen en/of publieke lichamen, die activiteiten ontplooien op het gebied van onderwijs en educatieve, culturele en maatschappelijke ontwikkeling, waardoor een bijdrage kan worden geleverd aan de continuïteit en de kwaliteit van het onderwijs en de ontwikkelmogelijkheden van de aan haar toevertrouwde kinderen; Zich aan te sluiten bij de voor de openbare rechtspersoon relevante onderwijs- en besturenorganisaties; Alle andere wettige middelen waarlangs het doel kan worden bereikt. 4.. Het tot verwezenlijking van het doel van de openbare rechtspersoon bestemde vermogen wordt gevormd door: de Rijks- en gemeentelijke bijdragen, die ten behoeve van de scholen worden toegekend; vergoedingen voor de door de openbare rechtspersoon verleende diensten; subsidies, giften en donaties; hetgeen verkregen wordt door erfstellingen of legaten, met dien verstande dat erfstellingen slechts kunnen worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving; ten behoeve van de openbare rechtspersoon gekweekt vermogen; overige op wettige wijze verkregen inkomsten.

Rechtspraak bij dit artikel