Naar hoofdinhoud
1.. De raad benoemt de leden van de commissie op voordracht van een door de commissie voor Algemene Zaken en Cultuur voor dit doel in het leven geroepen werkgroep. 2.. De leden van de commissie die tevens raadsleden zijn, worden voor een periode gelijk aan de zittingsduur van de raad aangewezen. De leden die niet deel uitmaken van de raad worden voor een periode van zes jaar aangewezen. 3.. De commissie benoemt de voorzitter uit de externe leden van de commissie. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de commissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers en met het secretariaat. Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het langstzittende externe lid op als voorzitter dan wel, als de overige leden een gelijke periode zitting hebben gehad, het oudste externe lid in jaren. 4.. Voorafgaand aan de benoeming van de voorzitter en de overige leden van de commissie pleegt de raad overleg met de commissie.

Rechtspraak bij dit artikel