**1..** Het college biedt de nota lokale heffingen aan. In deze nota wordt het beleid van de gemeente Utrecht voorgelegd waarin onder meer de volgende inhoud is opgenomen:
de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke belastingen en heffingen;
de verdeling van de druk van de belastingen over de verschillende type huishoudens en belanghebbenden;
de kostendekkendheid van de heffingen;
de druk van de lokale belastingen en heffingen;
het kwijtscheldingsbeleid en het tarievenbeleid.
**2..** De raad stelt de nota lokale heffingen vast.
**3..** Het college biedt jaarlijks de verordeningen en tarieventabellen aan de Raad aan ter vaststelling van de tarieven voor de leges en heffingen. De verordeningen zijn voorzien van de actueel geraamde kosten en opbrengsten van de daarin opgenomen door de gemeente verstrekte diensten.
**4..** Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van de geleverde producten en diensten ten behoeve van de tarieven van de gemeente Utrecht worden de directe kosten toegerekend en een opslag voor de overhead.
**5..** De overheadkosten worden onderscheiden in:
generieke overhead : De overhead voor de gehele gemeentelijke organisatie;
decentrale overhead : De overhead voor een specifiek organisatieonderdeel.
**6..** De generieke en decentrale overhead wordt binnen de wettelijke kaders toegerekend aan de tarieven. De toerekening geschiedt op basis van formatie.
**7..** In afwijking van lid 6 wordt de decentrale overhead voor een aantal tarieven toegerekend met een verdeelsleutel op basis van de aard van de gemaakte kosten.
Deze toerekening wordt toegepast op de volgende tarieven:
rioolheffing;
afvalstoffenheffing;
marktgelden;
begraafplaatsrechten;
brug-, schut- en havengelden.
Hoofdstuk 3
Artikel 12
Lokale heffingen, tarieven en kostprijs
Onderdeel van Verordening financieel beleid en Beheer gemeente Utrecht