**1..** De raad stelt per programma, voor het betreffende begrotingsjaar, vast:
de beoogde maatschappelijke effecten uitgedrukt in indicatoren;
de wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken;
de baten en lasten per programma;
toevoegingen en onttrekkingen aan reserves.
**2..** Tevens geeft de raad per programma
voor de drie opvolgende jaren een globaal overzicht beoogde effecten en baten en lasten in de toekomst;
de relevante beleidsmatige kaders waarbinnen het programma uitgevoerd dient te worden.
**3..** Het college stelt, naast de verplicht voorgeschreven indicatoren op grond van de BBV artikel 25 lid2A, per programma indicatoren voor met betrekking tot de beoogde maatschappelijke effecten en de wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken.
**4..** In de programmabegroting wordt een overzicht opgenomen van economische activiteiten die in het algemeen belang als bedoeld in artikel 25h lid 5 Mededingingswet onder de integrale kostprijs worden aangeboden (Wet Markt en Overheid).
**5..** De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma en de investeringskredieten.
**6..** De raad is bevoegd gedurende het jaar de begroting aan te passen voor zover de begroting wijzigt op het niveau van
de baten en lasten van een programma;
de onttrekkingen of toevoegingen in de reserves.
**7..** De begroting kan door de raad worden gewijzigd als gevolg van
een beleidsinhoudelijke aanpassing;
een financieel technische aanpassing die geen invloed heeft op de uitvoering van de in de programmabegroting gemaakte afspraken.
**8..** Het college is bevoegd tot het onderverdelen van taakvelden naar activiteiten (producten) ten behoeve van nadere sturing door het college.
**9..** De raad wordt geïnformeerd over de nadere verdeling van de taakvelden bij de programmabegroting.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Programma begroting
Onderdeel van Verordening financieel beleid en Beheer gemeente Utrecht