Het college bepaalt de te hanteren woonplaats, met dien verstande dat bij de start van jeugdhulp of een maatregel altijd een bepaling wordt gedaan van de woonplaats volgens de landelijke richtlijnen.
Het college verzamelt alle voor het gesprek, zoals bedoeld in art 4, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige of zijn ouder en zijn situatie. Het college kan hier ook van afzien.
Ter voorbereiding van het gesprek, verschaft de jeugdige of zijn ouder aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen.