**1..** De commissie kan in een besloten vergadering, op grond van een
belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur,
omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en
omtrent de inhoud van de stukken die aan de commissie worden
overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een
besloten vergadering behandelde wordt door allen die bij de
behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de
stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de commissie haar
opheft.
**2..** Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet
openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden
opgelegd door de voorzitter van de commissie, het college van
burgemeester en wethouders en de burgemeester, ieder ten aanzien van
stukken die zij aan de commissie overleggen of ten aanzien van
mededelingen die zij aan de commissie doen. Daarvan wordt op de
stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen
totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, haar
opheft.
**3..** Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt
daarover, indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd
daarom verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie
overleg gevoerd.
**4..** Raads- en commissieleden die niet in de betreffende
commissievergadering aanwezig waren, kunnen de besluitenlijst inzien
bij de (commissie)griffier. Van deze inzage houdt de griffier een
register bij. Voor raads- en commissieleden die van deze inzage
gebruik maken geldt ook de plicht tot geheimhouding conform lid
1.