Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Samenstelling

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies

1.. De raadscommissies worden gevormd door alle raadsleden en door niet-raadsleden. 2.. De raadsleden kunnen deelnemen aan alle commissies. De niet-raadsleden maken deel uit van één commissie. 3.. Het aantal niet-raadsleden per fractie wordt door de raad vastgesteld. 4.. Door de afzonderlijke fracties van de gemeenteraad worden de niet-raadsleden aangewezen en wordt aangeduid van welke commissie ze lid worden. De fractievoorzitter stelt de griffier hiervan zo spoedig mogelijk in kennis. 5.. In het geval een raadslid bij verhindering in een commissie vervangen wil worden door een niet-raadslid, dient de fractie daartoe een verzoek in bij het presidium. 6.. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet (met eisen te stellen aan raadsleden) zijn van overeenkomstige toepassing op niet-raadsleden die lid zijn van een raadscommissie. 7.. De zittingsperiode van de leden eindigt in ieder geval aan het eind van de zittingsperiode van de raad. Niet raadsleden kunnen te allen tijde ontslag nemen. Degene die tot lid is aangewezen ter vervulling van een tussentijds ontstane vacature heeft zitting tot het einde van de zittingsperiode van hem in wiens plaats hij is aangewezen. 8.. Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter niet langer vertegenwoordigd is in de gemeenteraad, komt automatisch het lidmaatschap van zowel de voor betreffende fractie aangewezen raadsleden als ook niet-raadsleden in alle raadscommissies te vervallen. 9.. Bij tussentijdse beëindiging van het raadslidmaatschap vervalt het lidmaatschap van de commissie. 10.. Wanneer een lid blijkens een schriftelijke verklaring van de fractievoorzitter aan de voorzitter van de raad heeft opgehouden de fractie voor welke hij in de commissie is aangewezen te vertegenwoordigen of te steunen, vervalt het lidmaatschap van de commissie. 11.. Bij langdurige ziekte of afwezigheid, de duur van drie maanden te boven gaand, van een zitting hebbend lid, niet-raadslid, kan door de fractievoorzitter onder opgaaf van redenen een commissielid, niet-raadslid, voor de desbetreffende fractie worden aangewezen als vervanger voor de duur van de ziekte of afwezigheid.

Rechtspraak bij dit artikel