Naar hoofdinhoud
1.. Een raadscommissie bestaat uit ten minste één en maximaal drie commissieleden per fractie. 2.. De commissieleden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. 3.. Eenpersoonsfracties worden in de gelegenheid gesteld twee personen, niet-raadslid zijnde, die voorkomen op de verkiezingslijst van de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezingen, af te vaardigen als lid naar de onderscheiden commissies die in artikel 1 zijn beschreven. 4.. Tweepersoonsfracties worden in de gelegenheid gesteld één persoon, niet-raadslid zijnde, die voorkomt op de verkiezingslijst van de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezingen, af te vaardigen als lid naar de onderscheiden commissies die in artikel 1 zijn beschreven. 5.. Een- of twee- of driepersoonsfracties waarvan een lid wordt benoemd tot voorzitter van een commissie, worden in de gelegenheid gesteld een extra persoon, niet raadslid zijnde, die voorkomt op de verkiezingslijst van de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezingen, af te vaardigen als lid naar de onderscheiden commissies die in artikel 1 zijn beschreven. 6.. De raad benoemt uit zijn midden een voorzitter per commissie. 7.. De raad benoemt uit zijn midden 5 plaatsvervangend voorzitters. 8.. Zowel raadsleden als niet-raadsleden kunnen lid zijn. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn. 9.. Voor commissieleden die geen raadslid zijn, wordt de ontheffingsmogelijkheid zoals vermeld in artikel 15 lid 2 van de Gemeentewet uitgevoerd door de raad. 10.. Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden als bedoeld in het derde, vierde en vijfde lid van dit artikel in handen van de voorzitter van de raad, de volgende eed (verklaring en belofte) af: ‘ Ik zweer (verklaar) dat ik, om als lid van de commissie te kunnen optreden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik om iets in deze hoedanigheid te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de commissie naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!)"

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel