Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6

Eisen aan de subsidieaanvraag

Onderdeel van Beleidsregel Lokaal Economisch Fonds

Aan de subsidieaanvraag wordt een aantal eisen gesteld. De subsidieaanvraag bestaat uit: Een activiteitenplan: in het activiteitenplan beschrijft de aanvrager de activiteiten waarmee het werkgelegenheidseffect gerealiseerd moet worden, en beargumenteert de aanvrager hoe de activiteit leidt tot een structureel werkgelegenheidseffect. Het werkgelegenheidseffect: Het beoogde werkgelegenheidseffect moet kwantitatief worden weergegeven in nieuwe structurele banen (in FTE’s) en/of stageplekken en/of leerwerkbanen, waarbij wordt beargumenteerd waarom deze inschatting reëel is. Van de gerealiseerde banen moet worden aangegeven (in FTE’s) welke geschikt zijn voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. U aanvraag betreft activiteiten bovenop de normale bedrijfsvoering c.q. bedrijfsinvesteringen van de aanvrager. Planning: de aanvrager geeft middels een planning aan wanneer welke activiteiten worden verricht en wanneer welk resultaat wordt bereikt. Begroting: in de begroting worden de totale projectenkosten die samenhangen met het beoogde werkgelegenheidseffect weergegeven per activiteit. Daarnaast moet uit de begroting duidelijk worden op welke wijze de kosten worden gefinancierd. De bijdrage van co-financiers en de wijze waarop de bijdrage wordt ingebracht, moeten expliciet worden weergegeven. Cofinanciering: er moet voldoende cofinanciering aanwezig zijn. Risicoparagraaf: in de risicoparagraaf beschrijft de aanvrager welke factoren van invloed kunnen zijn op het realiseren van het beoogde werkgelegenheidseffect. Hierbij dient onderscheid te worden gemaakt met interne c.q. externe en beïnvloedbare en niet beïnvloedbare effecten. Bij ieder van de geïnventariseerde risico’s dient een beheersmaatregel te worden opgenomen. De gemeente gebruikt de risicoanalyse om te beoordelen of de een aanvrager een realistisch beeld heeft van de omstandigheden waarin de gesubsidieerde activiteit wordt ondernomen en of hij een goed beeld heeft van zijn beïnvloedingsruimte. Paragraaf waarin de noodzaak van de subsidie wordt aangeven. Hieruit moet tevens blijken dat deze subsidie niet voortvloeit uit normale bedrijfsinvesteringen c.q. bedrijfsvoering. Schriftelijke intentieverklaring van de co-financiers (niet zijnde gemeente Utrecht).

Rechtspraak bij dit artikel