Het verzoek wordt in elk geval afgewezen:
indien op het tijdstip van de aanvraag vijf jaren zijn verstreken na aanvang van de dag na die waarop de benadeelde bekend is geworden zowel met de schade als met het voor de schadeveroorzakende gebeurtenis verantwoordelijke bestuursorgaan, en in ieder geval na verloop van twintig jaren nadat de schade is veroorzaakt; indien een aanvraag betrekking heeft op schade veroorzaakt door een besluit waartegen beroep kan worden ingesteld, vangt de termijn van vijf jaren niet aan voordat dit besluit onherroepelijk is geworden;
indien en voor zover de gestelde schade niet veroorzaakt is door een rechtmatige intrekking van een vergunning / wijziging op grond van de Energie-, water- en telecommunicatieverordening Breda 2004;
indien en voor zover in de in te trekken/ te wijzigen vergunning de bepaling was opgenomen, dat binnen een benoemde periode, een wijziging of intrekking van die vergunning was te voorzien in verband met uit te voeren werkzaamheden en binnen die periode daadwerkelijk een besluit tot wijziging of intrekking van die vergunning wordt toegezonden dan wel uitgereikt;
indien en voor zover de schade anderszins voor vergoeding in aanmerking komt;
indien en voor zover de schade is ontstaan als gevolg van nalatigheid van de verzoeker, dan wel het achterwege laten van schadebeperkende maatregelen en/of het aanvaarden van een risico door de verzoeker;
indien en voor zover de eventuele kosten van gestelde schadebeperkende maatregelen niet in redelijke verhouding staan tot de vermindering van het betreffende risico, dan wel niet noodzakelijk waren uit een oogpunt van beperking van dit risico;
indien de verzoeker nalatig is in het verstrekken van gegevens en bescheiden, die voor de beoordeling van het verzoek noodzakelijk zijn en aan hem door het college een termijn is gegund om de voornoemde gegevens en bescheiden alsnog in te dienen.