Naar hoofdinhoud
1.. In deze verordening wordt verder verstaan onder: algemene voorziening: een voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo of een vrij toegankelijke voorziening als bedoeld in de Jeugdwet; algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening waarvan, gelet op de omstandigheden, aannemelijk is dat de inwoner daarover, ook als hij geen beperkingen had, zou (hebben kunnen) beschikken; gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten; hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de inwoner zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft, ofwel het feitelijk woonadres; hulpvraag: de behoefte van een inwoner aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo en of de behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet; inwoner: cliënt als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo of een ouder, pleegouder, pleegoudervoogd of jeugdige als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet; jeugdhulp: jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugwet; maatwerkvoorziening: een voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo of een individuele voorziening als bedoeld in de Jeugdwet; pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 2.3.6 Wmo en artikel 8.1.1 van de Jeugdwet; voorliggende voorziening: een voorziening anders dan in het kader van de Jeugdwet of Wmo; Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel