Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 16

Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Nieuwegein houdende regels omtrent Wmo en jeugdhulp Wmo en Jeugdhulpverordening gemeente Nieuwegein 2017

1.. Een inwoner doet aan het college op verzoek of direct uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing over het gebruik maken van een voorziening, zoals bepaald in hoofdstuk 2 van deze verordening. 2.. In aanvulling op artikel 8.1.4 van de Jeugdwet en artikel 2.3.10 van de Wmo kan het college een beslissing over het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura of in de vorm van een pgb herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: de inwoner onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de inwoner niet langer op de maatwerkvoorziening in natura of in de vorm van een pgb is aangewezen; de maatwerkvoorziening in natura of in de vorm van een pgb niet meer toereikend is; de inwoner niet voldoet aan de voorwaarden waaronder een maatwerkvoorziening in natura of in de vorm van een pgb is verstrekt, of; de inwoner de maatwerkvoorziening in natura of in de vorm van en pgb niet of voor een ander doel heeft aangewend dan waarvoor het bestemd is. 3.. Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening in natura of het ten onrechte genoten maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb. 4.. Een beslissing tot verstrekking van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling of binnen de termijn waarvoor het is verstrekt niet is aangewend voor het afgesproken doel waarvoor de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb is toegekend. 5.. Ingeval het recht op een in eigendom of bruikleen verstrekte maatwerkvoorziening in natura is ingetrokken, kan deze maatwerkvoorziening worden teruggevorderd. 6.. Het college kan bij nadere regeling bepalen welk onderzoek wordt gedaan en welke maatregelen worden genomen bij fraude.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel