Naar hoofdinhoud
1.. Een inwoner komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening in verband met de door hem ondervonden beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie al dan niet vanwege opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, voor zover de inwoner deze beperkingen naar het oordeel van het college niet: op eigen kracht; met gebruikmaking van voorzieningen die voor de inwoner algemeen gebruikelijk worden geacht; met gebruikelijke hulp; met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; dan wel, met gebruikmaking van een algemene dan wel een voorliggende voorziening, kan verminderen of wegnemen. 2.. De maatwerkvoorziening, bedoeld in het eerste lid, levert een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de inwoner in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. 3.. Bij de toekenning van een maatwerkvoorziening wordt beoordeeld op welke wijze een mogelijk toe te kennen maatwerkvoorziening wordt afgestemd met algemene voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen.

Rechtspraak bij dit artikel