Naar hoofdinhoud
1.. In dit artikel wordt verstaan onder een hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. 2.. De belasting wordt niet geheven voor honden: die zijn opgeleid door een in Europa erkende hulphondenorganisatie (aangesloten en geaccrediteerd bij de ADEu) en dienen als hulphond en in hoofdzaak als zodanig door een hulpbehoevende persoon worden gehouden; die in opleiding zijn tot een onder a. bedoelde hulphond en in opdracht van een door in Europa erkende hulphondenorganisatie (aangesloten en geaccrediteerd bij de ADEu) daartoe zijn geplaatst bij een gastgezin; die verblijven in een hondenasiel; die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid van het Besluit houders van dieren, welke inrichting is aangemeld als bedoeld in artikel 38 van genoemd besluit; die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij te samen met de moederhond worden gehouden; waarvan de houder geen ingezetene van de gemeente is en de honden niet langer dan 90 dagen van het belastingjaar in de gemeente verblijven; die in het bezit zijn van of in opleiding voor een geldend diploma der Koninklijke Nederlandse politiehondenvereniging, mits de houder zich verbindt zijn hond met geleider, aan wiens bevelen hij gehoorzaamt, op aanvraag ter beschikking van de politie te stellen.

Rechtspraak bij dit artikel