Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 19

Vergunning gemeentelijke archeologische monumenten

Onderdeel van Archeologieverordening Gemeente Deurne 2008

1.. Het bevoegd gezag kan vergunning verlenen voor graafwerk en bodemingrepen in gemeentelijke archeologische monumenten overeenkomstig artikel 18, lid 1 t/m 8. 2.. Alvorens een vergunning te verlenen als bedoeld in lid 1, wint het bevoegd gezag advies in van een erkende partij en/of een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg. 3.. Het bevoegd gezag kan alleen vergunning verlenen indien het toezicht en de bescherming van het gemeentelijke archeologische monument is geregeld door: de mogelijkheid van toegang van door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen personen op het terrein; de mogelijkheid van de onder a) genoemde personen om - in overleg en in samenspraak met het college van burgemeester en wethouders - graafwerk en/of documentatiewerkzaamheden te (laten) verrichten. 4.. Aanlegvergunning kan slechts worden verleend indien vooraf door aanvrager van de aanlegvergunning door middel van archeologisch vooronderzoek conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie naar het oordeel van bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld dat bij realisatie van de bodemingrepen: de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad. 5.. Het bevoegd gezag vraagt advies aan de monumentencommissie voordat het beslist op de aanvraag van een vergunning op grond van artikel 18, lid 1 t/m 8. 6.. Binnen zes weken na de adviesaanvraag brengt de monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het bevoegd gezag. 7.. Het bevoegd gezag kan aan de verlening van de vergunning de volgende voorwaarden verbinden: de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een erkende partij op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 8.. De gevraagde vergunning kan worden geweigerd, indien de archeologische waarden die in het geding zijn naar het oordeel van het bevoegd gezag in situ behouden dienen te blijven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel