Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 7

Vergunning archeologische verwachtingsgebieden

Onderdeel van Archeologieverordening Gemeente Deurne 2008

1.. Het bevoegd gezag kan vergunning verlenen voor graafwerk en bodemingrepen in archeologische verwachtingsgebieden. 2.. Aanlegvergunning kan slechts worden verleend indien vooraf door aanvrager van de aanlegvergunning door middel van een rapportage van archeologisch vooronderzoek conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld dat bij realisatie van de bodemingrepen: de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad. 3.. Het bevoegd gezag kan aan de verlening van de vergunning de volgende voorschriften verbinden: de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een erkende partij op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 4.. De gevraagde vergunning kan worden geweigerd, indien de archeologische waarden die in het geding zijn naar het oordeel van het bevoegd gezag in situ behouden dienen te blijven. 5.. Het bepaalde in lid 1 geldt niet voor terreinen/gebieden die overeenkomstig artikel 3 van de Monumentenwet zijn aangewezen als beschermd archeologisch (rijks)monument.

Rechtspraak bij dit artikel