Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Buitengewone uitgaven

Onderdeel van Beleidsregel Draagkrachtberekening Bijzondere Bijstand

Als buitengewone uitgaven als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder d worden, voor zover hiervoor geen bijstand, toeslagen of andere vergoedingen wordt verstrekt, aangemerkt: de ten laste van de belanghebbende blijvende woonkosten tot een maximum waarbij rekening wordt gehouden met de normhuur; de lasten van de door belanghebbende bewoonde woning in eigendom met in achtneming van het bepaalde in beleidsregel “Bijstandsverlening bij eigen woningbezit”; de betalingen voor levensonderhoud ten behoeve van de niet in het gezinsverband van de belanghebbende levende echtgenoot en kinderen tot 21 jaar, evenals de verschuldigde betalingen onder aftrek van het belastingvoordeel ten behoeve van de gewezen echtgenoot; de door de Dienst Uitvoering Onderwijs opgelegde verplichte ouderbijdrage (zoals vastgesteld in de beschikking) in verband met studie en opleiding van de studerende kinderen; de eventuele reiskosten voor kinderen jonger dan 18 jaar die (voortgezet) onderwijs volgen buiten de gemeente, omdat de onderwijsvoorziening binnen de eigen gemeente niet aanwezig is; de kosten van eigen bijdrage in de maatwerkvoorziening en andere WMO-voorzieningen; de eigen bijdrage kinderopvang die overblijft na aftrek van de ontvangen toeslag van de belastingdienst (Wet Kinderopvangtoeslag); eventuele ouderbijdrage in het kader van de jeugdhulpverlening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel