**1..** Een lijk mag uitsluitend worden begraven in een kist of ander
omhulsel, eventueel met gebruikmaking van een lijkhoes, die voldoen
aan de in de volgende twee leden opgenomen eisen:
**2..** Bij de vervaardiging van lijkkisten zijn voor de volgende onderdelen
of bewerkingen de volgende kunststoffen of toepassingen van
kunststoffen toegelaten:
Spaanplaat: Verlijmde houtspaanders/houtvezels. Het
spaanplaat bevat niet meer dan 10 mg vrij of gemakkelijk
vrij te maken formaldehyde per 100 gram plaatmateriaal.
Gemeten met de fotometrische methode is dit 8 mg
formaldehyde per 100 gram droog plaatmateriaal (normuitgave
NEN-EN 120 uit 1991);
Lijm: Verwerkt in houtspaanplaat: ureumformaldehyde-lijm of
isocyanaat-lijm;
verwerkt in schottenlijm:
ureumformaldehyde-lijm en/of PVAC-lijm;
verwerkt in
perslijm: PVAC lijm - polyvinylacetaat;
verwerkt in
constructielijm: PVAC lijm - polyvinylacetaat.
Lak:
Nitrocelluloselak dan wel een combinatielak van
nitrocellulose, alkydharsen, en - eventueel -
polyesterharsen;
Handgrepen, sierschroeven en andere ornamenten:
Handgrepen,
ornamenten en accessoires van graf- en crematiekisten dienen
uitgevoerd te worden in vergankelijk materiaal, dan wel van
buitenaf verwijderd te kunnen worden;
Hoofdkussen of hoofdsteun:
Zak van vergankelijk materiaal
gevuld met houtkrullen of kartonnen hoofdsteun;
Binnenbekleding:
Niet geïmpregneerd papier aan de
binnenkant van de deksel en de wanden; katoen, zijde, rayon,
of cellulose-acetaat dan wel een mengsel van genoemde
stoffen, en wel zo dat de stof van de binnenbekleding niet
in één stuk over de bodem en wanden van de kist wordt
gespreid, maar dat voor de bodem een los stuk stof wordt
gebruikt;
Bodembedekking:
Niet-geïmpregneerd papier op de bodem, al
dan niet voorzien van een extra celstof onderlegger;
Print en kantenband:
Basispapier op edelcellulosebasis met
anorganische pigmenten.
**3..** Materiaal voor lijkhoezen dient aan de volgende eisen te
voldoen:
Doorlaatbaarheid
van water: gedurende zeven dagen
voortdurend contact met water van 5°C en 20°C bij pH = 7,0
mag het materiaal niet meer dan 1 mg vloeibaar water per
vierkante meter per uur doorlaten, gemeten volgens norm DIN
53122 of een vergelijkbare norm;
van gas: na veertien dagen mag de
doorlaatbaarheid voor gasvormig kooldioxide, gemeten volgens
norm DIN 53122 of een vergelijkbare norm, niet minder zijn
dan 150 ml per vierkante meter per uur en voor zuurstof niet
minder dan 200 ml per vierkante meter per uur.
Mechanische eigenschappen
treksterkte: de treksterkte van het
materiaal en van de lasverbindingen mag niet minder bedragen
dan 1 N per millimeter, gemeten volgens norm DIN 53455 of
een vergelijkbare norm;
vouwbestendigheid: als het materiaal
wordt dubbelgevouwen en de vouw gedurende dertig minuten
wordt belast bij een druk van 5 N per vierkante centimeter,
mag het materiaal in de vouw geen scheur vertonen;
Vorm: Gedurende twee jaar opslag bij 20°C mag de krimp in
de lengte- en breedterichting niet meer dan 10% bedragen,
gemeten volgens norm ASTM: D 2732-83 of een vergelijkbare
norm;
Biologische afbreekbaarheid: Het materiaal van de
lijkhoezen dient binnen 90 dagen voor meer dan 98% te worden
afgebroken, gemeten volgens norm ASTM: D 5338-92 of een
daarmee vergelijkbare norm. Daarnaast dienen uit de
lijkhoezen, zowel bij de biologische afbraak als bij
crematie, geen schadelijke stoffen vrij te komen. Voor zware
metalen (Pb, Cr, Ni, Cu, Cd, Zn) en gechloreerde
koolwaterstoffen dient voldaan te worden aan de Duitse
Bundesgütegemeinschaft-norm RAL GZ 251 of een daaraan gelijk
te stellen norm. Voor de bepaling hiervan dient gebruik te
worden gemaakt van de norm ASTM: D 5152-91 of een
vergelijkbare norm.
**4..** Andere omhulsels dan lijkkisten en lijkhoezen die op het doel van
begraven zijn afgestemd, zijn toegestaan bij het begraven, mits zij
voldoen aan de hierboven gestelde eisen van doorlatendheid voor
lucht en biologische afbreekbaarheid voor zover deze omhulsels dan
wel onderdelen daarvan niet verwijderd worden voorafgaand aan het
begraven.
**5..** Het is verboden om in een kist of ander omhulsel voorwerpen of
objecten bij te sluiten die niet tot de kist of het lijk behoren,
anders dan kleine verteerbare grafgiften.
**6..** Bij het ter begraving aanbieden van een kist of ander lijkomhulsel
dient ten minste 24 uur voor-afgaand aan het tijdstip van begraving
een schriftelijke verklaring te worden overgelegd - volgens een door
het college vast te stellen model - omtrent de aanwezigheid van de
in voorgaande leden bedoelde materialen en voorwerpen. Indien van
een lijkhoes gebruik wordt gemaakt, zal de aanbieder tevens moeten
overleggen a) een afschrift van een rapport waaruit blijkt dat de
gebruikte hoes voldoet aan de normen van het voormalige
Lijkomhulselbesluit 1998 of dit artikel en b) een bewijs dat de
betreffende hoes is aangekocht.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 8
Verboden materialen bij het begraven
Onderdeel van Beheersverordening begraafplaatsen Doetinchem 2017