**1..** Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de Maatschappelijke opvang en opvang Geweld in afhankelijkheidsrelaties (GIA). Deze beleidsregels gelden voor de cliënten in de maatschappelijke opvang.
**2..** In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;
Instelling: een opvang instelling, die, crisisopvang, nachtopvang, onderdak met lichte begeleiding, (intensieve) gespecialiseerde ambulante begeleiding, (intensieve) gespecialiseerde begeleiding in een 24 uursvoorziening biedt bij psychosociale en maatschappelijke problemen;
(intensieve) gespecialiseerde begeleiding in een 24 uursvoorziening (voorheen voltijdopvang): voor de definitie zie de Beleidsregels WMO 2017.
Crisisopvang: het bieden van tijdelijke voltijdopvang in een crisissituatie door een instelling;
f. (intensieve) gespecialiseerde ambulante begeleiding: voor de definitie zie de Beleidsregels WMO 2017
Nachtopvang: het bieden van een verblijf voor de nacht met al dan niet voeding door een instelling;
De cliënt: de persoon van 18 jaar of ouder, die eventueel samen met minderjarige kinderen, gebruik maakt van het voornoemde aanbod van een instelling;
Bijstandsnorm: de van toepassing zijnde norm bedoeld in hoofdstuk 3 van de Participatiewet, exclusief vakantietoeslag, op 1 januari van het kalenderjaar;
Inkomen: de werkelijke inkomsten van de cliënt (indien dit hoger is de hiervoor benoemde van toepassing zijnde bijstandsnorm);
Norm persoonlijke uitgaven: de toepassing zijnde normbedragen exclusief vakantietoeslag ingevolge artikel 23 lid 1 van Participatiewet bij verblijf in een inrichting (het zak- en kleedgeld), vermeerderd met de premie voor de Collectieve ziektekostenverzekering, die de gemeente Utrecht aanbiedt aan mensen met een uitkering op bijstandsniveau en verminderd met de zorgtoeslag;
Bijdrage: de eigen bijdrage die de cliënt verschuldigd is op basis van deze beleidsregel.
Artikel 2. Eigen bijdragen voor de opvang
Gedurende het gebruik maken van de door een instelling aangeboden (intensieve) gespecialiseerde begeleiding in een 24 uurs voorziening, Crisisopvang, (intensieve) gespecialiseerde ambulante begeleiding, dan wel Nachtopvang, is de cliënt een bijdrage verschuldigd in de kosten van de opvang, uitgezonderd de kosten van begeleiding.
De bijdrage wordt uitgezonderd de Nachtopvang bepaald per maand, voor de Nachtopvang wordt de bijdrage per dag bepaald. De bijdrage is verschuldigd voor iedere dag of gedeelte van een dag, waarop de cliënt gebruik maakt van het aanbod van de instelling. Een gedeelte van een maand wordt naar rato van het aantal dagen berekend op basis van het werkelijke aantal dagen in de betreffende kalendermaand.
De bijdrage als bedoeld in lid 1 is afhankelijk van het soort opvang en uitsluitend voor (intensieve) gespecialiseerde begeleiding in een 24 uurs voorziening en Crisisopvang is de bijdrage afhankelijk van het verschil tussen de bijstandsnorm en de norm persoonlijke uitgaven. Indien bij gehuwden een van beide partners gebruik maakt van (intensieve) gespecialiseerde begeleiding in een 24 uurs voorziening of Crisisopvang wordt bij het bepalen van de bijstandsnorm de regelgeving in de Participatiewet voor opname in een inrichting gevolgd.
De bijdrage voor (intensieve) gespecialiseerde begeleiding in een 24 uurs voorziening en voor Crisisopvang bedraagt het verschil tussen de van toepassing zijnde bijstandsnorm en de norm voor persoonlijke uitgaven, behoudens wat in deze beleidsregel op de bijdrage in mindering mag worden gebracht. Er is geen bijdrage verschuldigd voor de kosten van begeleiding.
Indien de instelling bij (intensieve) gespecialiseerde begeleiding in een 24 uurs voorziening of Crisisopvang aan de cliënt geen voeding verstrekt, wordt de bijdrage verminderd met een bedrag voor voeding. Dit bedrag is gelijk aan het bedrag, dat het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) berekent als gemiddelde kosten. In het geval dit bedrag niet bekend is, bepaalt het college het bedrag dat hiervoor in de plaats komt.
Voor cliënten die gebruik maken van de Crisisopvang en tegelijkertijd nog kosten hebben voor een zelfstandige woonruimte, wordt de bijdrage gedurende maximaal 6 maanden verminderd met een forfaitair bedrag voor dubbele woonlasten, zijnde 20% van de bijstandsnorm. De instelling mag de verlaging van de bijdrage, in hun berekening van de bijdrage verwerken, als de cliënt aan de gestelde voorwaarden voldoet. De instelling dient het college minimaal elk half jaar te informeren over het toepassen van deze verlagingen middels een overzicht.
De bijdrage voor de Nachtopvang wordt door het college bepaald na overleg met de instelling. Deze bijdrage kan voor elk aanbod van Nachtopvang verschillend worden vastgesteld door het college. De vaststelling en aanpassing van de bijdrage geschiedt impliciet middels een verleningsbeschikking voor de subsidie of opdrachtverstrekking aan de instelling.
De hoogte van de bijdrage voor (intensieve) gespecialiseerde begeleiding in een 24 uurs voorziening en Crisisopvang wordt jaarlijks op 1 januari opnieuw bepaald op basis van de dan geldende bijstandsnormen, de hoogte van de premie voor de ziektekostenverzekering en de zorgtoeslag en de norm voor persoonlijke uitgaven. Het college hoeft hier geen nieuw besluit over te nemen, zonder nader besluit worden de bedragen automatisch aangepast op basis van deze beleidsregel. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de vaststelling van de eigen bijdrage middels een collegebesluit dan wel middels de verleningsbeschikking voor de subsidie of opdrachtverstrekking aan de instelling.
Artikel 3. Innen van de eigen bijdragen voor de opvang
Het college draagt de inning van de bijdragen op aan de instelling, die de opvang verzorgt, tenzij het college in de verleningsbeschikking aan de instelling of anderszins hiervan nadrukkelijk afwijkt.
De instellingen verlenen slechts (intensieve) gespecialiseerde begeleiding in een 24 uurs voorziening, Crisisopvang, of Nachtopvang aan cliënten, die zich tegenover hen verplichten tot het betalen van de in deze beleidsregel bepaalde eigen bijdrage. De instellingen zijn verplicht de vastgestelde bijdrage van de cliënten te innen, uitgezonderd bijzondere regelingen zoals de koudweerregeling.
De instellingen mogen de bijdrage die zij innen splitsen in specifieke onderdelen, als dit voor hen van belang is. De totale eigen bijdrage per cliënt mag hierdoor niet wijzigen.
Indien een cliënt zich niet heeft verzekerd tegen ziektekosten dan wel als een cliënt de premie ziektekostenverzekering niet (tijdig) heeft betaald, kan de instelling de te innen eigen bijdrage verhogen met de norm voor de ziektekostenverzekering, zoals gehanteerd bij het bepalen van de norm persoonlijke uitgaven. De verschuldigde eigen bijdrage blijft gelijk, de instelling stelt het extra geïnde bedrag later weer ter beschikking van de cliënt voor de betaling van de achterstallige premie van de ziektekostenverzekering.
Bij cliënten jonger dan 21 jaar kan de instelling maandelijks maximaal € 50 extra innen bovenop de eigen bijdrage, mits zij dit bedrag apart zet voor de cliënt. Dit extra ingehouden spaarbedrag wordt uitgekeerd aan de cliënt bij de uitstroom naar zelfstandig wonen.
Bij het bepalen van het benodigde bedrag voor de instellingen wordt vooraf de verwachte te innen bijdrage door de instelling in mindering gebracht op het bedrag. De instelling mag daarbij de redelijke kosten van administratie, incasso en oninbaarheid in mindering brengen, waarbij maximaal 5% van het totale te innen bedrag voldoende is. Het college kan op grond van redelijkheid en billijkheid in uitzonderingsgevallen afwijken van het bepaalde in dit lid.
Het college verleent aan de instellingen, die de eigen bijdragen van de cliënten innen, het mandaat om met in acht nemen van het bepaalde in deze beleidsregels de bijdrage van de individuele cliënten te bepalen.
Het college kan andere regels stellen ten aanzien van de inning van de bijdragen middels een collegebesluit dan wel middels de overeenkomst met de instelling.
Artikel 4. Mandatering
Het college mandateert de Hoofd Maatschappelijke Ontwikkeling om besluiten te nemen in het kader van deze Beleidsregels, die op basis van dit mandaat zelf ondermandaten kan geven.
Artikel 5. Reikwijdte
Deze Beleidsregels zijn van toepassing op alle instellingen voor opvang.
Artikel 6. Verwijzing naar wetten, richtlijnen en verordeningen
In het geval van wijzigingen of nadrukkelijke vervanging van wetten, verordeningen en richtlijnen (hierna: regelgeving), die zijn vermeld in deze beleidsregels, door andere regelgeving worden alle verwijzingen in deze beleidsregels naar deze regelgeving geacht te zijn naar de gewijzigde dan wel vervangen regelgeving.
Artikel 7. Intrekking
De beleidsregels Eigen bijdrage Maatschappelijke opvang Wmo 2016 komen op 1 januari 2017 te vervallen.
Artikel 8. Inwerkingtreding
Deze Beleidsregels treden in werking op 1 januari 2017 en vervangen de beleidsregels Eigen bijdrage Maatschappelijke opvang Wmo 2016.
Artikel 9. Citeertitel
Deze Beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Eigen bijdrage Maatschappelijke opvang Wmo 2017, Gemeente Utrecht
Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van Utrecht, gehouden op 6 december 2016.
De secretaris, De burgemeester,
Drs. G.G.H.M. Haanen Mr. J.H.C. van Zanen
Hoofdstuk
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregels Eigen bijdrage Maatschappelijke Opvang Wmo 2017 gemeente Utrecht