Ter uitvoering van de Wet genoemde vier domeinen, gelden de volgende te bereiken resultaten:
Lid 1. Domein 1: Een huishouden voeren:
Iedere burger kan wonen in een schoon en leefbaar huis;
Iedere burger kan wonen in een voor hem/haar geschikt huis;
Iedere burger kan beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;
Iedere burger kan beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding;
Iedere burger kan thuis zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren.
Lid 2: Domein 2: Zich verplaatsen in en om de woning:
Iedere burger kan zich verplaatsen in, om en nabij de woning.
Lid 3: Domein 3: Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel:
Iedere burger kan zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel.
Lid 4: Domein 4: Medemensen ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aangaan:
Iedere burger heeft de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten.
PARAGRAAF 1
Artikel 2