Naar hoofdinhoud

PARAGRAAF 4

Artikel 6

Hoogte financiële tegemoetkoming en persoonsgebonden budget in de kosten van woonvoorzieningen

Onderdeel van Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brunssum houdende regels wmo Beleidsregels Wmo gemeente Brunssum 2017

1.. De hoogte van het persoonsgebonden budget of de financiële tegemoetkoming, zoals bedoeld in respectievelijk artikel 16 onderdeel c van de Verordening en artikel 16 onderdeel d van de Verordening, wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag conform de geldende limitatieve lijst van SCIO Consult of zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte. 2.. De hoogte van de door het college te verlenen financiële tegemoetkoming voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel 16 onderdeel d van de Verordening bedraagt voor ongehuwde personen € 2.394,20 en voor gehuwde personen € 2.682,80. 3.. Indien een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening, zoals bedoeld in artikel 18 van de Verordening bestaat uit een traplift, worden de kosten voor het onderhoud van de traplift mede vergoed. 4.. Na de voltooiing van de werkzaamheden in het kader van een voorziening als bedoeld in artikel 18 sub b van de verordening, maar uiterlijk binnen 12 maanden na het verlenen van het persoonsgebonden budget of de financiële tegemoetkoming, verklaart de woningeigenaar aan het College dat de bedoelde werkzaamheden zijn voltooid. 5.. De gereedmelding als bedoeld in lid 4 gaat vergezeld van een verklaring, dat bij het treffen van de voorzieningen is voldaan aan de voorwaarden waaronder het persoonsgebonden budget of de financiële tegemoetkoming is verleend. 6.. De gereedmelding is tevens een verzoek om vaststelling en uitbetaling van de financiële tegemoetkoming. 7.. Het persoonsgebonden budget of de financiële tegemoetkoming in de kosten genoemd in artikel 18 sub b van de verordening wordt uitbetaald aan de eigenaar van de woonruimte. 8.. De financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget in de kosten genoemd in artikel 18 sub a en c van de verordening wordt uitbetaald aan de hoofdbewoner van de woonruimte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel