Naar hoofdinhoud
1.. Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 16 lid 1 sub b van de verordening Wmo, wordt op een maatwerkvoorziening (in natura) en een PGB een eigen bijdrage door het CAK in rekening gebracht. 2.. De eigen bijdrage die voor een maatwerkvoorziening of een PGB in rekening wordt gebracht, geldt zo lang als de voorziening wordt verstrekt of totdat de kostprijs van de voorziening is terug ontvangen. 3.. Indien de voorziening bestaat uit een individuele vervoersvoorziening wordt, gedurende de periode van verstrekking een eigen bijdrage in rekening gebracht, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen: het in rekening brengen van de eigen bijdrage gedurende de afschrijftermijn van de voorziening inclusief onderhoud, reparatie en verzekering; het in rekening brengen van de eigen bijdrage na de laatste afschrijftermijn van de voorziening voor onderhoud, reparatie en verzekering. 4.. Voor personen tot 18 jaar aan wie een maatwerkvoorziening is verstrekt, wordt geen eigen bijdrage gehanteerd. Echter indien het een woonvoorziening betreft dient de eigen bijdrage door de ouders te worden betaald. 5.. De eigen bijdrage voor ongehuwde personen die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt, bedraagt € 19,70 per vier weken, met dien verstande dat indien zijn bijdrageplichtig inkomen meer bedraagt dan € 22.632 het bedrag van € 19,70 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat inkomen en € 22.632; 6.. De eigen bijdrage voor ongehuwde personen die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid , van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt, bedraagt €19,70 per vier weken, met dien verstande dat indien zijn bijdrageplichtig inkomen meer bedraagt dan € 17.033, het bedrag van € 19,70 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat inkomen en € 17.033; 7.. De eigen bijdrage per vier weken voor gehuwde personen indien een van beiden de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt of indien beiden die leeftijd nog niet hebben bereikt, bedraagt € 28,00 per vier weken, met dien verstande dat indien hun gezamenlijke bijdrageplichtig inkomen meer bedraagt dan € 28.402 het bedrag van € 28,00 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat gezamenlijke inkomen en € 28.402; 8.. De eigen bijdrage per vier weken voor gehuwde personen die beiden de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, hebben bereikt bedraagt € 28,00 per vier weken, met dien verstande dat indien hun gezamenlijke bijdrageplichtige inkomen meer bedraagt dan € 23.525, het bedrag van € 28,00 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat gezamenlijke inkomen en € 23.525.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel