Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Vaststelling, ter beschikking stellen, administreren

Onderdeel van Uitvoeringsregeling Dienstkleding

1.. Het bevoegd gezag stelt, indien van toepassing, jaarlijks vast welke functies in aanmerking komen voor het ter beschikking stellen van dienstkleding. 2.. Het bevoegd gezag bepaalt op welke wijze de dienstkleding aan de medewerker ter beschikking wordt gesteld. 3.. Het bevoegd gezag bepaalt bij welke werkzaamheden de dienstkleding dient te worden gedragen. 4.. Het bevoegd gezag bepaalt op welke plek binnen een gebouw,gebouwencomplex of bij welk terrein, de medewerker kleding dient achter te laten, wanneer het kleding betreft die: niet uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is om tijdens de uitoefening van de werkzaamheden te dragen of, geen of geen duidelijk zichtbaar beeldmerk van de dienstter grootte van ten minste 70 cm² bevat. 5.. Het bevoegd gezag bepaalt door wie, op welke wijze en wanneer de dienstkleding gereinigd, onderhouden c.q. vervangen wordt. 6.. Het bevoegd gezag draagt zorg voor het administreren van de ter beschikking gestelde en geretourneerde dienstkleding.

Rechtspraak bij dit artikel