Handhaven is geen op zich zelf staande activiteit, maar hoort verweven te zijn in alle werkprocessen die ten behoeve van de cliënten worden uitgevoerd.
De integrale aanpak van handhaven is uitgewerkt in de systematiek van hoogwaardig handhaven. Het gedachtegoed van hoogwaardig handhaven ligt al ruim tien jaar ten grondslag aan de handhaving in de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam.
De laatste jaren wordt in artikelen, onderzoeken en vakliteratuur ook regelmatig gesproken over ‘programmatisch handhaven’. Hiermee wordt niet gedoeld op andere uitgangspunten van handhaving dan binnen hoogwaardig handhaven, maar met de term ‘programmatisch wordt bedoeld om aan te geven dat het handhavingsbeleid niet als tijdelijk project gezien moet worden, maar structureel ingebed moet zijn in het uitvoeringsprogramma van de gemeente. Hoewel na ruim tien jaar het projectmatige karakter van hoogwaardig handhaven inderdaad verdwenen is en inmiddels gesproken kan worden van structurele acceptatie en toepassing van de uitgangspunten van hoogwaardig handhaven, zal in dit beleidsplan ‘hoogwaardig handhaven’ als aanduiding gehanteerd blijven worden.
Hoogwaardig handhaven gaat uit van de gedachte dat rechtmatige verstrekking bevorderd wordt door gelijktijdig zowel preventieve als repressieve middelen in te zetten.
De preventieve en de repressieve kant van handhaving berusten elk op twee pijlers en de vier pijlers vormen samen de basis waarop hoogwaardig handhaven gebouwd is. Deze pijlers zijn:
tijdig informeren;
optimaliseren van de dienstverlening;
vroegtijdig detecteren en controle op maat;
daadwerkelijk sanctioneren.
ad 1 tijdig informeren:
Handhaving begint met het op tijd en goed informeren van de cliënt. Als cliënten goed geïnformeerd zijn, wordt voorkomen dat cliënten uit onwetendheid of door een verkeerd verwachtingspatroon hun verplichtingen niet naleven. Daarom is het van belang om de cliënt al zo vroeg mogelijk, vanaf de eerste melding, te informeren over de rechten en plichten die aan het aanvragen en ontvangen van een uitkering of voorziening verbonden zijn. Juiste en tijdige informatie is een noodzakelijke basisvoorwaarde voor een heldere handhavingspraktijk.
Wetenschappelijk onderzoek 1 Zie bijvoorbeeld:“Wat beweegt de fraudeur?”, Guido Brummelkamp en Annejet Kerckhaert, juni 2010;“Hoogwaardig Handhaven in de gemeentelijke praktijk”, Menno Fenger en Xandra Maan, april 2014;“Inzicht in motieven achter naleving”, samenvattingenbundel, december 2014. heeft inmiddels wel aangetoond dat een besluit om regels niet na te leven vaker een impulskeuze is dan een weloverwogen keuze. Mensen zijn geneigd tot fraude over te gaan als de gelegenheid zich voordoet en er niet op tijd een herinnering aan de gedragsregels ontvangen wordt. Dit mag geen reden zijn om het juist informeren achterwege te laten, maar pleit eerder voor het intensiveren van het aantal contacten met de cliënt, zodat die zich doorlopend meer bewust is van de regels en het feit dat daarop gecontroleerd wordt. Het zelfde wetenschappelijk onderzoek toont ook aan dat een frequenter contact met cliënten leidt tot een vermindering van het aantal fraudegevallen.
Naast het informeren over rechten en plichten is het van belang om cliënten maar ook de overige burgers te informeren over handhavingsacties en de behaalde resultaten. Als men weet dat de gemeente een actief handhavingsbeleid voert, uitkeringen terugvordert en boetes oplegt als men zich niet aan de verplichtingen houdt, kan dat voorkomen dat cliënten gaan frauderen. Bovendien is zichtbare handhaving van belang voor het maatschappelijk draagvlak voor het in stand houden van inkomensvoorzieningen.
ad 2 optimaliseren van de dienstverlening:
In de optimale situatie is het voor een cliënt makkelijk om zich aan de regels te houden en heeft de klant weinig tot geen last van interne werkprocessen en kwaliteitscontrolesystemen. Wij belasten onze cliënten niet met vragen en controles (bijvoorbeeld huisbezoek) als de informatie al bekend is/kan zijn of als gegevens ook op een voor cliënt minder belastende wijze onderzocht kunnen worden.
Van groot belang is de benadering van en de houding naar de cliënt. Door een persoonlijk gerichte benadering, goede dienstverlening en duidelijkheid over wat cliënten mogen verwachten, wordt bevorderd dat cliënten eerder bereid zijn de regels na te leven. Ook handhavingsacties kunnen en moeten op een correcte en respectvolle wijze worden uitgevoerd.
Gezien de start van Stroomopwaarts MVS op 1 juli 2015, waarbij zes organisaties zijn samengevoegd, zal de dienstverlening op het terrein van de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ in de eerste jaren van de planperiode uitdrukkelijk aandacht hebben. De dienstverlening aan de cliënt moet optimaal zijn, ongeacht de locatie waarmee een cliënt contact heeft.
ad 3 vroegtijdig detecteren en controle op maat:
Als een cliënt niet aan de verplichtingen voldoet, zorgen wij er voor dat dat zo kort mogelijk duurt om te voorkomen dat de schade en de bijbehorende straf onnodig hoog oplopen. Er zullen daarom daadwerkelijk controles uitgevoerd worden en wel vanaf het moment dat iemand zich meldt voor het indienen van een aanvraag. De wetenschap dat er gecontroleerd wordt en dat er een grote kans is dat bedrog ontdekt wordt, zal de bereidheid vergroten om zich te voegen naar de regels en verplichtingen.
De intensiteit van de controle zal proportioneel moeten zijn en afgestemd worden op de mate waarin overtreding van de regels waarschijnlijk geacht wordt. De basishouding dient te zijn dat iemand terecht een beroep op bijstand en/of andere voorzieningen doet en zich keurig aan alle verplichtingen houdt. Om de verwachtingen ten aanzien van mogelijke fraude te objectiveren kan gebruik gemaakt worden van concrete signalen en risicoprofielen, waarbij aan de hand van casuskenmerken een inschatting gemaakt wordt van het risico dat er sprake is van regelovertreding.
ad 4 daadwerkelijk sanctioneren:
Wanneer vastgesteld wordt dat een cliënt niet aan zijn verplichtingen voldaan heeft worden daar ook consequenties aan verbonden in de vorm van een waarschuwing, een maatregel of een boete. De wetenschap dat overtreding gevolgd wordt door een (pittige) maatregel of boete zal eerder leiden tot conformeren aan de geldende regels. De Maatregelverordeningen en de beleidsregels van de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam zijn in de afgelopen periode in overeenstemming gebracht met de verscherpte wetgeving op dit terrein.
De afschrikkende werking van boeten en maatregelen hangt vanzelfsprekend in hoge mate samen met het hiervoor al besproken tijdig en juist informeren van cliënten.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.3.
Kaders
Onderdeel van Beleidsplan Handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ 2016 t/m 2019