**a .** De vergunning kan op grond van artikel 2.33 lid 2 onder g van de Wabo, door het bevoegd gezag geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken:
indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
indien blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 10 niet naleeft;
indien de omstandigheden van de zijde van de vergunninghouder zodanig zijn gewijzigd, dat het belang van het gemeentelijk monument zwaarder moet wegen;
indien de vergunninghouder schriftelijk een verzoek tot intrekking indient;
indien de activiteiten waarvoor vergunning is verleend niet ten uitvoer worden gebracht.
**b .** Vervallen.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2
Artikel 14
Intrekken van de vergunning
Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Leidschendam-Voorburg