Naar hoofdinhoud
1.. Een persoonsgebonden budget dient volgens artikel 13 lid 5 van de Verordening door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. Deze periode van zes maanden hanteert de gemeente ook voor een voorziening in natura. 2.. Indien binnen de zes maanden de maatwerkvoorziening niet wordt aangewend, dan vervalt de toekenning. 3.. Indien de genoemde termijn in artikel 14.1 dreigt te worden overschreden, wordt de Wmo-consulent door de cliënt of zijn vertegenwoordiger of de hulpverlener minimaal vier weken voorafgaand aan het verlopen van de geldigheidsduur van de maatwerkvoorziening op de hoogte gesteld. 4.. Indien sprake is van een gedeeltelijke gebruik van het persoonsgebonden budget wordt de Wmo-consulent door de cliënt of zijn vertegenwoordiger of zijn hulpverlener minimaal vier weken voorafgaand aan het verlopen van de geldigheidsduur van de maatwerkvoorziening op de hoogte gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel