Naar hoofdinhoud
1.. De berekening van de subsidiëring peuteropvang vindt plaats op basis van het volledig ingevulde aanvraagformulier zoals omschreven in artikel 6, lid 1. In de bijlage bij dit formulier staat zowel de subsidiëring peuteropvang, als de door het college vastgestelde inkomensafhankelijke ouderbijdrage aangegeven. 2.. De subsidiëring peuteropvang voor de 2 reguliere dagdelen wordt met een maximum van 6 uren per week en met een maximum van 40 weken per kalenderjaar verleend. 3.. De berekening van de ouderbijdrage vindt plaats op basis van de inkomenstabel die door het college is vastgesteld en die de inkomenscategorieën van de Adviestabel peuteropvang van de VNG volgen. Deze is gebaseerd op de inschalingsindeling van de kinderopvangtoeslag zoals bepaald door de Belastingdienst en bevat 7 inkomensschalen. 4.. Jaarlijks vindt een toetsing plaats van het niet-recht op kinderopvangtoeslag en wordt de inschaling op basis van de inkomensverklaring (van het voorgaande jaar) vastgesteld en de subsidie toegekend voor het opvolgende jaar. De werkwijze, verdeelcriteria en regels worden in de Uitvoeringsregeling peuteropvang nader vastgesteld. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om hieromtrent nadere regels vast te stellen over de werkwijze, verdeelcriteria en regels in de Uitvoeringsregeling peuteropvang.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel