In afwijking van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, de waarde van:
glasopstanden, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit
cultuurgrond die bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd ten behoeve
van de land- of bosbouw. Onder cultuurgrond wordt mede begrepen
de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die
bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van
gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te
gebruiken;
ruimten die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst
of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van
levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van
delen van zodanige ruimten die dienen als woning;
ruimten ten behoeve van waterverdedigings- of
waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen,
instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen,
een en ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die
dienen als woning;
ruimten die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of
diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, een en ander met
uitzondering van delen van zodanige ruimten die dienen als
woning;
werktuigen die van een ruimte kunnen worden afgescheiden zonder
dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt
toegebracht en die niet op zichzelf als ruimten zijn aan te
merken;
bedrijfsruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt
voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van
delen van zodanige bedrijfsruimten die bestemd zijn te worden
gebruikt voor het geven van onderwijs;
ruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt ten
behoeve van begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, een en
ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die dienen
als woning;
ruimten, die feitelijk worden gebruikt als pastorie of
kosterswoning, indien het genot krachtens eigendom, bezit of
beperkt recht daarvan toekomt aan een kerkgenootschap of ander
genootschap als in onderdeel b. bedoeld.
De vrijstelling met betrekking tot de in het eerste lid,
onderdeel f, bedoelde bedrijfsruimte geldt niet voor de
eigenarenbelasting voor zover de gemeente van die ruimten niet
het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.
In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van
de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten
aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de bedrijfsruimte
die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak
dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
Artikel 5.
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2017