Onder de naam 'rioolheffing' wordt per eigendom een belasting
geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden
zijn aan de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater
en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
afvalwater en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de
verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van
maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de
grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel
mogelijk te voorkomen of te beperken.
De belasting als bedoeld onder het eerste lid, wordt geheven
van:
degene die op 1 januari van het belastingjaar het genot
heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een
eigendom verder te noemen: eigenarendeel
degene die het gebruik heeft van een eigendom verder te
noemen: gebruikersdeel.
Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het eigendom een
onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of
beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het
belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is
vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
Met betrekking tot het gebruikersdeel wordt als gebruiker
aangemerkt:
degene die naar omstandigheden beoordeeld al dan niet
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk
recht feitelijk gebruik maakt van het eigendom;
ingeval een gedeelte van een eigendom ter gebruik is
afgestaan: degene die dat gedeelte ter gebruik heeft
afgestaan.
In afwijking van artikel 2, tweede lid, onderdeel b juncto het
vierde lid, wordt voor de heffing van de belasting als bedoeld in
artikel 2 lid 1, in de gevallen dat het een bedrijfsverzamelgebouw
betreft waarbij er sprake is van één watermeter, als gebruiker
aangemerkt, de eigenaar van het eigendom.
Artikel 2
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2017