Naar hoofdinhoud
1.. De hoogte van de subsidie peuteropvang en de ouderbijdrage per maand wordt bepaald door: De ouderbijdrage per maand vast te stellen aan de hand van de inkomenscategorie uit de onderstaande, door het college vastgestelde, inkomenstabel op basis van het maximum uurtarief en op basis van 3 uren per dagdeel ( 2 dagdelen/6 uren per week). Inkomenstabel met ouderbijdragen Toetsingsinkomen ouderbijdragetabel per maand voor 2 dagdelen van 3 uren eerste kind ouderbijdragetabel per maand voor 2 dagdelen van 3 uren tweede kind e.v. € 0 – € 18.485 € 15/*€ 0 € 13,50/*€ 0 € 18.486 – € 28.421 € 16 € 14 € 28.422 – € 39.109 € 25 € 15 € 39.110 – € 53.193 € 35 € 15 € 53.194 – € 76.462 € 56 € 19 € 76.463– € 105.955 € 90 € 27 € 105.956 en hoger € 102 € 44 *Ouders die onder de minimaregeling vallen betalen geen ouderbijdrage. Het aantal uren peuteropvang per week te vermenigvuldigen met het maximum uurtarief x 40 weken. Dit is het jaarbedrag peuteropvang. De, door het college vastgestelde, ouderbijdrage 1 Zie inkomenstabel met ouderbijdragen op bladzijde 3 te vermenigvuldigen met 12 maanden. Dit is het jaarbedrag ouderbijdrage. Het jaarbedrag peuteropvang te verminderen met het jaarbedrag ouderbijdrage en vervolgens dit bedrag te delen door 12 maanden. Dit is het subsidiebedrag wat maandelijks toegekend wordt en aan de aanbieder uitbetaald wordt.

Rechtspraak bij dit artikel