Burgemeester en wethouders kunnen een ontheffing intrekken of wijzigen:
op verzoek van de houder van de ontheffing;
wanneer de houder van de ontheffing niet (langer) voldoet aan de in artikel 2 gestelde criteria;
wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de ontheffing;
wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van ontheffingen komt te vervallen;
wanneer de houder van de ontheffing in strijd handelt met de aan de ontheffing verbonden voorschriften of beperkingen;
wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de ontheffing onjuiste gegevens zijn verstrekt;
om redenen van algemeen belang.