Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
Vaartuig: een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen;
Meetbrief: het document als bedoeld in artikel 12c van de Binnenschepenwet, juncto artikel 1.10, eerste lid, onderdeel f, van het Rijnvaartpolitiereglement 1995;
Schip: een binnenschip of een vissersschip;
Binnenschip: een vaartuig, niet zijnde een pleziervaartuig, dat uitsluitend wordt gebruikt voor de vaart op de binnenwateren;
Passagiersschip: een binnenschip, dat middel van openbaar vervoer is of hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het bedrijfsmatig vervoer van personen;
Vissersschip: een schip dat hoofdzakelijk gebruikt wordt voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de zee;
Pleziervaartuig: een vaartuig, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de recreatie, niet zijnde een passagiersschip;
Woonschepen: een vaartuig in gebruik om op te wonen;
Mobiele kampeervoertuigen: kampeerauto’s en soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn voor dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden;
Verblijfplaats: een door het college aangewezen plaats voor het laten verblijven van een mobiel kampeervoertuig op het parkeerterrein aan de Havenkade;
Laadvermogen: het in tonnen uitgedrukte verschil tussen de zoetwaterverplaatsing van het schip bij de grootst toegelaten diepgang en die van het ledige schip;
Ton: een massa van 1000 kilogram;
Gebruik van de haven: het in artikel 2 bedoelde gebruik van voor de openbare dienst bestemde wateren en kaden of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen, zoals deze zijn aangegeven op de bij de verordening behorende kaart;
Tabel: de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel;
Termijn: een in de tabel genoemd tijdvak waarin het gebruik van de haven plaatsvindt:
1 dag: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren beginnende op 0.00 uur met uitzondering voor pleziervaartuigen en mobiele kampeeronderkomens waarvoor het aaneengesloten tijdvak van 24 uren op 16.00 uur begint;
een week: een kalenderweek;
een maand: een kalendermaand;
een jaar: een kalenderjaar;
een winterseizoen: de kalendermaanden november tot en met maart.
Voor een gedeelte van een dag, week of maand wordt voor een gehele dag respectievelijk een gehele week of een gehele maand gerekend.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven- en kadegelden 2017