Haven- en kadegeld wordt niet geheven van:
vaartuigen rechtstreeks in gebruik bij de gemeente;
rijkspolitie- en marinevaartuigen, als zodanig gebezigd;
botters welke gedurende het jaarlijks te houden botterweekend ligplaats in de haven kiezen, mitshet gebruik de duur van 14 dagen niet te boven gaat;
een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, vanpersonen met een beperking, van hulpbehoevenden of van bejaarden, mits het gebruik de duur van 7 dagen niet te boven gaat;
het gebruik van de haven met een vaartuig uitsluitend voor het uitbaggeren der haven, het op of aan een werf herstellen, het voor de eerste maal vaarklaar maken en het slopen, mits het gebruik niet langer duurt dan voor een en ander noodzakelijk is en de duur van 14 dagen niet te boven gaat.
Artikel 7
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven- en kadegelden 2017