De Verordening Jeugdhulp Leeuwarden 2016en deze Beleidsregels Jeugdhulp Leeuwarden 2016 geven uitvoering aan de Jeugdwet.
In de Verordening Jeugdhulp Leeuwarden 2016 staat opgenomen dat het college bij nadere regeling regels stelt met betrekking tot het afwegingskader individuele voorzieningen, PGB, inspraak en medezeggenschap. In deze beleidsregels worden deze zaken uitgewerkt. Daarnaast bevatten de beleidsregels een uitgebreide beschrijving van het toegangsproces. Bij het opstellen van de beleidsregels is er, daar waar mogelijk, aangesloten bij de beleidsregels WMO.
De Jeugdwet en de Verordening Jeugdhulp Leeuwarden 2016 leggen veel bevoegdheden bij het college. De uitvoering hiervan zal echter in de regel namens het college gedaan worden (in mandaat) door de sociale wijkteams, jeugd en gezinsteams, scholenteam of het dorpenteam (vanaf nu sociaal wijkteam).
De Jeugdwet is op 1 januari 2015 ingetreden en de tot nu toe opgedane ervaring heeft geleid tot het aanpassen van de beleidsregels. Opgemerkt moet worden dat er nog steeds sprake is van een startsituatie, het kan nodig zijn om te beleidsregels ook in de komende jaren op basis van de opgedane ervaringen aan te passen. Dat is ook precies de reden om de beleidsregels een dergelijke flexibiliteit mee te geven: soms is een kleine aanpassing vereist om optimale ondersteuning te kunnen blijven bieden aan bewoners van Leeuwarden.
In de beleidsregels wordt de uitvoering vastgelegd, daarbij zullen in werkafspraken met de uitvoeringsorganisaties de operationele afspraken worden vastgelegd. Ten aanzien van de afweging en indicering in de uitvoering wordt gebruik gemaakt van zowel de beleidsregels als de werkafspraken. De beleidregels zijn in overleg met de uitvoerende organisaties tot stand gekomen.
Leeuwarden model:
De gemeente Leeuwarden staat voor de taak om op grond van de Jeugdwet met veel minder financiële middelen vanaf 2015 ondersteuning te bieden aan gezinnen die problemen ervaren in de opvoeding of specialistische zorg te bieden aan een kind/jeugdige dat die zog nodig heeft.
Om de inhoudelijke taken binnen de financiële kaders uit te voeren, kiezen we er voor om de opgelegde bezuinigingen via het Leeuwarder model in onderlinge samenhang op te pakken. Het model faciliteert als het ware de beweging van complexe of langdurige ondersteuning naar meer informele zorg. Dat moet zich op de korte termijn vertalen in: investeren aan de ‘voorkant’ en een verschuiving ‘nieuw voor oud’ om de sociale wijkteams te bekostigen. Op de lange termijn is de verwachting dat dienstverlening dichtbij, eigen netwerk en wijkondersteuning leidt tot efficiëntere en effectievere dienstverlening en reductie van dure specialistische zorg.
Het Leeuwarder model onderscheidt drie sporen van hulp en ondersteuning:
• Zelf en samenredzaamheid
• Basisondersteuning
• Aanvullende ondersteuning
De idee achter het Leeuwarder model is dat de mate van zelfredzaamheid bepaalt welke hulp- en ondersteuning we willen inzetten. Dit vergt een andere cliëntbenadering dan voorheen. Niet het model ‘vraag-aanbod’ maar het cliëntprofiel bepaalt of er toegang wordt gegeven voor professionele hulp- en ondersteuning. Waarbij de meest kwetsbaren professioneel geholpen worden en de zelfredzamen op zichzelf of hun netwerk zijn aangewezen. Ook geldt dat bij het bieden van ondersteuning meer dan voorheen gekeken wordt naar mogelijkheden om de zelfredzaamheid te vergroten. Kinderen zijn per definitie niet (volledig) zelfredzaam, als er gesproken wordt over zelfredzaamheid wordt daarmee dan ook de zelfredzaamheid van de ouder(s) bedoeld.
Wij willen toe naar een situatie waar ondersteuning dicht bij mensen wordt geboden. Wijk- en buurtgericht waar dat kan, stedelijk als dat beter past, regionaal als het effectiever is. We doen dit voor elk van de domeinen: jeugd, Wmo en participatie.
Beleidsregels Jeugdhulp Leeuwarden 2016
Beleidsregels Jeugdhulp Leeuwarden 2016 vinden hun basis in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en zijn net zo bindend als de Verordening Jeugdhulp Leeuwarden 2016 Bij de beoordeling van geschillen is het de rechter die toetst of de gemeente deeigen regels, zoals neergelegd in de verordening en de beleidsregels jeugdhulp wel correct heeft gehanteerd.