De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:
voorwerpen ten behoeve van percelen, waarvan de gemeente krachtens eigendom, bezit of beperkt recht de genothebbende is, met uitzondering van die percelen, welke aan derden zijn verhuurd.
kelderingangen, licht- en luchtopeningen (koekoeken) en stoeptreden, welke in of op aan de gemeente om niet afgestane grond aanwezig waren op het tijdstip van overdracht;
vlaggen, vlagdoeken, wimpels en vlaggenstokken, tenzij deze voor reclamedoeleinden worden gebezigd.
voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd;
buizen in de grond tot lozing van fecaliën, van huishoud- of van hemelwater;
dakgoten, vensterbanken en gevelroosters, welke aan een gebouw zijn aangebracht;
afvoerbuizen van hemelwater, welke aan een gebouw zijn aangebracht en niet meer dan 0,12 meter buiten de gevel uitsteken;
voorwerpen welke uitsluitend in een algemeen c.q. verkeersbelang voorzien zoals verkeerstekens, wegwijzers, standbeelden, kruisbeelden, banken, fonteinen.
voorwerpen ter zake waarvan op grond van de ”Verordening reclamebelasting 2016” een belasting wordt geheven.
voorwerpen, waarvoor reeds ingevolge een privaatrechtelijke overeenkomst een vergoeding verschuldigd is.