**1..** De bedragen voor maatwerkvoorzieningen per vier weken, de inkomensbedragen en de percentages die gelden voor de berekening van de eigen bijdrage zijn gelijk aan die genoemd in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
**2..** In afwijking van het eerste lid is een bijdrage in de kosten lager dan de kostprijs verschuldigd bij een voorziening in natura of Pgb ten behoeve van begeleiding, te weten een bijdrage van 14,20 euro per uur of 14,20 euro per dagdeel.
**3..** Bij vervoersvoorzieningen en losse woonvoorzieningen die door het college worden gekocht en in bruikleen worden toegekend wordt het bedrag in het eerste lid gedurende 7 jaar (91 periodes van 4 weken) op basis van de kostprijs in rekening gebracht.
**4..** Bij eenvoudige losse woonvoorzieningen die door het college worden gekocht en in eigendom aan de cliënt worden toegekend, wordt het bedrag in het eerste lid gedurende 3 jaar (39 perioden van vier weken) op basis van de kostprijs in rekening gebracht.
**5..** Bij trapliften die door het college worden gekocht en in bruikleen worden toegekend, wordt het bedrag in het eerste lid gedurende 10 jaar (130 periodes van 4 weken) op basis van de kostprijs van de voorziening in rekening gebracht.
**6..** Voorzieningen die door het college in de vorm van een Pgb worden toegekend blijven eigendom van het college en worden in bruikleen toegekend. Afhankelijke van de levensduur wordt gedurende 7 jaar (91 periodes van 4 weken) of gedurende 10 jaar (130 periodes van 4 weken), een eigen bijdrage op basis van de maximale hoogte van het Pgb (inclusief instandhoudingskosten) in rekening gebracht.
Artikel 13.
Berekening eigen bijdrage.
Onderdeel van Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Aalsmeer