Naar hoofdinhoud
1.. Voor het hebben of wijzigen van een gedenkteken of een plaat ter afsluiting van een urnennis is een schriftelijke vergunning nodig van het bestuursorgaan. 2.. De rechthebbende van een particulier graf vraagt de vergunning voor het hebben van een gedenkteken aan. Alleen indien vergunning is verleend mag worden overgegaan tot plaatsing van een gedenkteken. De plaatsing of verwijdering dient vooraf aan de beheerder gemeld te worden. 3.. Het bestuursorgaan kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen. Deze regels kunnen verschillen voor de te onderscheiden vakken en rijen graven. Het bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van de door hen vastgestelde nadere regels. 4.. Het bestuursorgaan kan de vergunning weigeren indien: niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid; het gedenkteken afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; de constructie van het gedenkteken ondeugdelijk is.

Rechtspraak bij dit artikel