Naar hoofdinhoud
Naast de verplichtingen op grond van artikel 10 en 11 van de ASA 2013 zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden: a.. de subsidieontvanger die een subsidie ontvangt voor de uitvoering van de activiteiten genoemd in artikel 4 onder a. van deze subsidieregeling, dient vóór 1 april 2017 een tussentijdse rapportage in over de ontwikkeling en uitvoering van het buitenschoolse cultuureducatieve programma; b.. de subsidieontvanger dient ervoor zorg te dragen dat de medewerkers die het educatieve programma uitvoeren bij aanvang van het dienstverband in bezit zijn van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG), die niet ouder is dan twee maanden. c.. bij de uitvoering van de activiteiten genoemd in artikel 4 onder a. van deze subsidieregeling dient de voorbereiding en ontwikkeling van het programma plaats te vinden in de periode van 1 oktober 2016 tot 1 januari 2017 en het programma uitgevoerd te worden in de periode van 1 januari 2017 tot 1 augustus 2017 gedurende minimaal 15 weken; d.. de uitvoering van de activiteiten genoemd in artikel 4 onder b. van deze subsidieregeling dient gedurende minimaal 30 weken in het schooljaar 2017-2018 plaats te vinden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel