1.Aan de wethouder wordt een onkostenvergoeding voor overige aan de uitoefening van het ambt
verbonden kosten toegekend die gelijk is aan het maximumbedrag, vermeld in artikel 25, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders.
2.Aan de wethouder aan wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van
de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt in afwijking van het eerste lid een onkostenvergoeding toegekend die gelijk is aan het maximumbedrag, vermeld in artikel 25, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders.
3.Aan de wethouder die met toepassing van artikel 36, tweede lid, van de Gemeentewet de
betrekking in deeltijd uitoefent, wordt de onkostenvergoeding, bedoeld in het eerste en tweede lid, toegekend naar evenredigheid met de vastgestelde tijdbestedingnorm, bedoeld in artikel 36, vierde lid, van de Gemeentewet.
HOOFDSTUK II
Artikel 2
Onkostenvergoeding
Onderdeel van Verordening voorzieningen wethouders gemeente IJsselstein 2006