De precariobelasting, als bedoeld in artikel 2, lid 1, wordt
geheven van degene die één of meer voorwerpen heeft onder, op of
boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, dan wel
van degene ten behoeve van wie die voorwerpen onder, op of boven
voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond worden
aangetroffen.
De rechten als bedoeld in artikel 2, lid 2 en 3, worden geheven
van degene, aan wie dedaartoe vereiste vergunning is verleend,
van de opvolger in de vergunning of, indien geen vergunning
vereist of afgegeven is, van:
degene, die het gebruik heeft of op wiens last gebruik
plaats vindt van voor de openbare dienst bestemde
gemeentebezittingen, of werken en inrichtingen die bij
de gemeente in beheer of in onderhoud zijn;
degene, op wiens verzoek dan wel ten behoeve van wie een
door of vanwege de gemeente verrichte dienst wordt
verstrekt;
In afwijking van het bepaalde in het vorige lid worden de
rechten ter zake van het ladenen lossen van goederen, alsmede
ter zake van het innemen van een ligplaats aan de laad- en
loswal geheven van de schipper, de reder, de eigenaar van het
vaartuig, degene die het vaartuig heeft gecharterd of degene die
als vertegenwoordiger van één van dezen optreedt.
Artikel 3
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van retributie en precariobelasting 2017