Beroepsvaartuigen mogen niet langer in de haven verblijven dan strikt noodzakelijk is voor het laden en/of lossen van goederen.
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing indien het voortgezet verblijf het gevolg is van het gestremd zijn van de scheepvaart tengevolge van ijs of andere redenen van overmacht.
KADEGELD