Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Pgb sociaal netwerk

Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp Doetinchem 2017

Het is heel normaal dat je je inspant om je eigen situatie te verbeteren of dat je iets doet voor een partner of familielid als die niet geheel op eigen kracht kan deelnemen aan de samenleving. De regering stapt af van het automatisme dat de overheid per definitie deze rol naar zich toetrekt, maar gaat niet zo ver om het sociaal netwerk te verplichten om ondersteuning te bieden waar dat mogelijk is. De gemeente Doetinchem gaat er van uit dat als iemand uit het eigen gezin of sociaal netwerk bereid is om ondersteuning te verlenen, hij geacht wordt dit in principe onbetaald te doen. In het licht hiervan stelt de gemeente dat door de jeugdige en/of ouder(s) zeer duidelijk gemotiveerd wordt waarom een persoon binnen het eigen gezin of uit het sociale netwerk de hulp niet zonder inzet van een persoonsgebonden budget kan verlenen. Daarbij geldt bovendien dat het persoonsgebonden budget voor niet-professionele zorgverleners beperkt dient te blijven tot die gevallen waarin dit de meest adequate mogelijkheid is om in de hulpvraag te voorzien. In deze context vindt er een weging plaats van alle omstandigheden van het geval en de mate van eigen kracht van het gezin en het netwerk, waarbij onder het belang van de beoogde ondersteuner om te voorzien in zijn/haar inkomen wordt meegewogen; heeft de beoogde ondersteuner voldoende mogelijkheden om naast de hulp die benodigd is voldoende inkomsten te genereren en zo niet, wat zijn daarvan de aantoonbare gevolgen? Bijzondere aandachtspunten met het oog op de kwaliteit van de in te zetten hulp, naast de algemene voorwaarden, voor verstrekking zijn: De zorgverlener is capabel om de ondersteuning te bieden; De ondersteuning aan de jeugdige en/of zijn ouders leidt niet tot overbelasting bij de zorgverlener; Zie hierover ook de richtlijn (dreigende) overbelasting bij deze nadere regels, bijlage 2. Daarnaast heeft de persoon die de ondersteuning biedt op geen enkele wijze druk uitgeoefend op de jeugdige en/of ouder(s); Ook is van belang dat de continuïteit bij ziekte of andere uitval door de zorgverlener wordt geborgd; en De inzet van het sociale netwerk moet aantoonbaar doelmatig zijn en leiden tot betere en effectievere ondersteuning. Deze punten worden getoetst in het gesprek en middels het ingediende zorg- en budgetplan. De volgende vragen kunnen een rol spelen bij de vraag of de inzet van het sociaal netwerk leidt tot betere en effectievere ondersteuning en dus de meest adequate mogelijkheid is om in de hulpvraag te voorzien: Is er sprake van een kind waarbij het bijvoorbeeld in verband met zorgcontinuïteit of de aard van de beperking, niet mogelijk of wenselijk is dat dit door een professional gedaan wordt? Moet de hulp op ongebruikelijke tijden geleverd worden, is de hulp vooraf niet goed in te plannen, op veel korte momenten per dag of moet de hulp op verschillende locaties geboden worden? Bij de vraag of iemand uit het sociaal netwerk capabel is om ondersteuning te bieden, wordt meegewogen of diegene: Voldoende opvoedvaardigheden heeft; Bereidheid heeft tot het volgen van trainingen/cursussen waar nodig; Bereid is tot samenwerking met professionals waar nodig; Niet overbelast is of dreigt te raken.

Rechtspraak bij dit artikel