Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 17

Oneigenlijk gebruik en misbruik

Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp Doetinchem 2017

Artikel 7 Verordening beschrijft de mogelijkheden die de gemeente heeft ter voorkoming en bestrijding van fraude. Bij het voorkomen van fraude staat de voorlichting aan de inwoner centraal. Deze moet vooraf weten wat zijn of haar rechten en plichten zijn. En wat de consequenties zijn bij het overtreden van de regels. In de aanpak van fraudepreventie maakt de gemeente Doetinchem gebruik van de principes van het hoogwaardig handhaven: Vroegtijdig informeren: hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor de jeugdconsulenten en buurtcoaches. Zij informeren inwoners vroegtijdig over hun rechten en plichten; Vroegtijdig detecteren en afhandelen: De jeugdconsulenten en buurtcoaches zijn ook alert op fraudesignalen. Bij twijfels over de rechtmatigheid, organiseren zij een huisbezoek; dit doet een beroep op de professionaliteit van de buurtcoaches/jeugdconsulent. Intercollegiaal overleg over het bepalen van de te nemen stappen vindt zo nodig plaats. Optimaliseren van de dienstverlening: Bij de inrichting van de werkprocessen kijken wij ook naar het effect van de werkprocessen op de bereidheid van inwoners om de regels na te leven; Daadwerkelijk sanctioneren: Gemeente Doetinchem hanteert een krachtige consequent sanctiebeleid en een effectief opsporingsbeleid. Deze principes worden in samenhang uitgevoerd, zo kunnen ze elkaar versterken. Er is aandacht voor bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van individuele maatwerk voorzieningen. Voor wat betreft de beheersing van de risico’s zijn onder andere goede voorlichting/ communicatie, onderlinge samenwerking, eenduidige werkwijze en het persoonsgebonden budget-trekkingsrecht belangrijke maatregelen. Voor alle medewerkers van de gemeente Doetinchem geldt dat zij zich aan de wetten moeten houden. Zodra er fraude geconstateerd wordt moet daar op ingegrepen worden. Dit verwachten we ook van de buurtcoaches. Dit vertaalt zich er in eerste instantie in dat de buurtcoach of jeugdconsulent bij (vermoedens) van fraude met de betrokken inwoner in gesprek gaat over de vraag hoe deze een einde gaat maken aan deze situatie. De inwoner heeft de plicht dit te melden bij de betrokken instantie. Wanneer aan deze oproep geen gehoor wordt gegeven zal de jeugdconsulent of buurtcoach hiervan zelf melding moeten maken. In uitzonderlijke gevallen kan een uitzondering worden gemaakt, dit wordt dan opgeschaald naar het college.

Rechtspraak bij dit artikel